De tuin van Voltaire

Cela est bien dit, répondit Candide, mais il faut cultiver notre jardin.
Dat is mooi gezegd, antwoordde Candide, maar we moeten onze tuin bewerken.

Dit zijn de laatste woorden uit het boek Candide van de Franse filosoof Voltaire. Het boek uit 1759 is een klassieker, de laatste zin zijn de meest beroemde woorden van Voltaire. Onlangs verscheen Op wereldreis met Voltaire, geschreven door Paul Pelckmans. Hierin belicht Pelckmans vrij uitgebreid de tijd van Voltaire en het belang van het boek Candide. Het vormt daardoor eigenlijk een uitgebreide leeswijzer bij het boek Candide. Voor mij was het een goede aanleiding om Candide nogmaals te gaan lezen, heel ambitieus zelfs in het Frans. Wel mét de Nederlandse vertaling erbij want zó goed is mijn Frans nu ook weer niet.

De volledige titel van het boek is Candide, ou lóptimisme, Candide of het optimisme. Het is een satire op de optimistische levensvisie van de Duitse filosoof Leibniz (1646-1716). Voltaire drijft de spot met de leer van de Leibniz, die vasthoudt aan het principe dat deze wereld de beste van alle mogelijke werelden is. Deze leer wordt door professor Pangloss verwoord, die ondanks allerlei ellende en tegenspoed blijft beweren dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven. Voltaire weet wel beter: er is namelijk overal in de wereld ellende, oorlog en armoede.

Het boek vertelt over de belevenissen van Candide, een jongen die opgroeit op een kasteel. Hij krijgt les van de eerder genoemde professor Pangloss, de leraar en filosoof op het kasteel. Candide wordt verliefd op de dochter van de baron, maar na een zoen wordt hij uit het kasteel verdreven. Hij reist daarna de hele wereld over en beleeft tal van avonturen. Hij ontmoet mensen die de meest vreselijke verhalen vertellen over wat hun is overkomen. Ook hemzelf blijft maar weinig bespaard, hij belandt van de ene ellende in de andere en moet steeds opnieuw weer op de vlucht. Bij toeval komt hij zo in El Dorado terecht, waar Candide steenrijk wordt. Maar ook die rijkdommen is hij zo weer kwijt. Het is duidelijk: het optimisme van Pangloss, en daarmee van Leibniz, komt volgens Voltaire niet overeen met de werkelijkheid.

Op het eind ontmoet Candide een oudere Turkse man die het volgens Candide goed getroffen heeft. Tot zijn verbazing heeft de Turkse man geen groot landgoed, maar slechts een klein stukje grond. ‘Ik heb slechts twintig morgens grond, ik bebouw die met mijn kinderen.’ Om vervolgens te verklaren waarom juist het bewerken van de grond de sleutel is tot een gelukkiger leven: ‘Arbeid drijft verre van ons de drie grootste plagen: verveling, verdorvenheid en armoede.’

Candide komt tot de conclusie dat deze wereld helemaal niet de best mogelijke wereld is, en dat het mogelijk is om zelf de wereld een beetje te veranderen. Om te beginnen in je eigen kleine omgeving, door letterlijk in je tuin te werken. Dat gaat hij doen, samen met zijn metgezellen. De een bakt brood, de ander is timmerman, de volgende zorgt voor het linnen en ze verbouwen hun eigen groente. Dit alles levert de beroemde slotzin: Dat is mooi gezegd, antwoordde Candide, maar we moeten onze tuin bewerken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: