De eerste dag

De eerste dag Als 's morgens het licht door de gordijnen dringt smelten je laatste dromen. Er klinken geluiden uit de achtertuinen een buurman stapelt stenen een rammelende kettingkast. Het is vandaag de eerste dag om met iets te beginnen waar niemand aan begon. Fetze Pijlman Uit: 'Een ander pad', 1986

Advertenties

Altijd vandaag

Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder, bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed. Altijd vandaag, zeg ik. Ze glimlacht vaag en zegt: zijn we in Roden of Den Haag ? Wat later: kindje ik word veel te oud. Ik troost haar, dierbare sneeuwwitte astronaut zo ver al van de aarde weggedreven, zo moedig... Lees verder →

Reiziger, er is geen weg

XXIX Reiziger, de weg, dat zijn jouw sporen, en niets anders. Reiziger, er is geen weg, de weg maak je zelf, door te gaan. Door te gaan maak je de weg en als je achterom kijkt, zie je het pad dat je nooit meer zult hoeven betreden. Reiziger, er is geen weg alleen een schuimspoor... Lees verder →

Veertje in de wind

Er was een ouwe man zag een veertje in de wind hij kon hem zien, voelen, als een klein gelukkig kind. Hij bukt, hij wil graaien, hij reikt, hij wil het aaien, maar door een zuchtje wind zag hij dat veertje verder waaien. En hij bedenkt zich geen moment hij pakt zijn stok en begint... Lees verder →

Zonder waarom

De roos is zonder waarom, ze bloeit, wijl ze bloeit. Ze geeft niet om zichzelf, vraagt niet of men haar ziet. Angelus Silesius (1624-1677) Dit gedicht werd graag geciteerd door filosoof Martin Heidegger (1889-1976). Hij hield zich zijn hele leven bezig met de zin van het zijn. Met dit gedicht wilde hij aangeven dat de mens... Lees verder →

Nog even –

Rebuut Het is laat zoals ieder jaar, de tijd zit krap in zijn heden, vandaag is steeds weer geweest steek dus het licht aan dat de toekomst nog uitspaart, spreek het brood aan dat nog niet doof is, maak de taal waar achter zijn tekens, spel het vlees, stil de tijd, leef nog even –... Lees verder →

De achterkant

Ik heb ze lief de plekken waar het tocht wanneer je er de bocht omgaat Geef mij maar de achterkant van huizen en gebieden waar elke groene spriet omringd door scheve stenen de droge grond uitschiet Het onbedoeld gemaakt gebied. Margerite Luitwieler, 2003 Gedicht op een gevel in de Tweede Leeghwaterstraat in Amsterdam, daar aangebracht... Lees verder →

Zo lang er sneeuw is

Winter. Je ziet weer de bomen door het bos, en dit licht is geen licht maar inzicht: er is niets nieuws zonder de zon. En toch is ook de nacht niet uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt is het nooit volledig duister, nee, er is de klaarte van een soort geloof dat het nooit helemaal... Lees verder →

Ach herfst

ach ik dacht: ach herfst ik zet wel kaarsen aan thuisbezorgd en netflix hoef nergens heen te gaan. een flesje wodka voor de dorst - die herfst zit ik wel uit - regen op het zolderraam dat is zo'n knus geluid. 't is de ideale periode om een mooie trui te breien nee echt, ik... Lees verder →

Dit fijne dagje ga ik plukken

Vandaag ik werd wakker door de wekker en potverdorie dat was lekker want ik voelde al meteen vandaag wordt er zo één die mij lang zal blijven heugen dus ik geniet met volle teugen van elk minuutje van vandaag zonder gezeur en/of geklaag vandaag kan niet mislukken dit fijne dagje ga ik plukken ik heb... Lees verder →

Ik droomde dat ik langzaam leefde

Tijd Ik droomde, dat ik langzaam leefde .... langzamer dan de oudste steen. Het was verschrikkelijk: om mij heen schoot alles op, schokte of beefde, wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee de bomen zich uit de aarde wrongen terwijl ze hees en hortend zongen; terwijl de jaargetijden vlogen verkleurende als regenbogen ..... Ik... Lees verder →

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑